Energiemeldplicht.nl

Alle soorten bedrijf

Erkende maatregelen (EML) voor rubber en kunststof

Valt je bedrijf onder de informatieplicht energiebesparing? Dan zeg je per maatregel van de erkende maatregelenlijst (EML) of je hem hebt genomen. Voor rubber en kunststof gaat het om 67 maatregelen. Een maatregel die niet bij je situatie past, hoef je niet te nemen.

Dit komt uit de erkende maatregelenlijst van 2023. Die geldt nu. Een maatregel is verplicht als hij zich in vijf jaar of minder terugverdient en als je situatie past bij wat de lijst noemt.

Bij een maatregel staat soms een moment. Een natuurlijk moment is als je iets toch al vervangt, bijvoorbeeld omdat het kapot is. Een zelfstandig moment is los daarvan: dan moet je de maatregel ook nemen als er niets kapot is.

De lijst van 2023 deelt maatregelen niet meer in per soort bedrijf. Hij kent maatregelen voor gebouwen, die voor elk bedrijf gelden, en voor faciliteiten en processen, die alleen gelden als je ze hebt. RVO heeft de maatregelen gekoppeld aan de 19 soorten bedrijf van de vorige lijst. Die koppeling gebruiken we hier. Een paar nieuwe maatregelen koppelt RVO aan geen soort bedrijf. Die staan apart, onderaan de pagina Maatregelen.

Elke maatregel staat er in gewone woorden. Die schreven wij, uit de tekst van de lijst. Onder ‘Zo staat het in de lijst’ lees je de tekst van de lijst zelf. Die geldt.

Er komt een nieuwe lijst. Lees wat er in 2027 verandert.

Bronnen: RVO: Erkende maatregelenlijst (EML) (gelezen op 2 november 2026, door RVO gecontroleerd op 22 juli 2026); RVO: Erkende maatregelenlijst EML 2023, versie 1.3 (Excel) (gelezen op 2 november 2026, gepubliceerd in de Staatscourant op 15 september 2023); RVO: EML 2023 vergeleken met de 19 bedrijfstakken uit de vorige EML (Excel) (gelezen op 2 november 2026).

Gebouwen

Deze gelden voor elk bedrijf, als je gebouw past bij wat erbij staat.

Energiebeheersysteem

  • Plaats een systeem dat energiegebruik registreert en bewaakt (EBS) en er rapporten van maakt.

    Geldt als je geen EBS met rapportagefunctie hebt. Daarmee volg je het gebruik van gas, warmte en elektriciteit. Gas en warmte worden per uur geregistreerd, elektriciteit per kwartier.

    Zo staat het in de lijst (GA1)

    Pas een automatisch energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie toe, waarbij gas- en warmte- (per uur) en elektragebruik (per kwartier) van het gebouw wordt geregistreerd.

    Uitgangssituatie: Er is geen energieregistratie- en bewakingssysteem (EBS) met rapportagefunctie aanwezig, waarmee het gebruik van gas, warmte en elektriciteit wordt gemonitord.

Isolatie van de schil

  • Isoleer de spouwmuren van gebouwen.

    Geldt als je spouwmuren hebt zonder isolatie, met een spouwbreedte van ten minste 5 cm. Het gebouw wordt verwarmd tot ten minste 18 °C.

    Je wint dit terug als je aardgasgebruik ten hoogste 170.000 m³ per jaar is. Dit geldt als je toch vervangt en ook als dat niet nodig is (natuurlijk en zelfstandig moment).

    Zo staat het in de lijst (GB1)

    Isoleer spouwmuren van gebouwen.

    Uitgangssituatie: Er zijn ongeïsoleerde spouwmuren aanwezig met een spouwbreedte van ten minste 5 cm en het gebouw wordt verwarmd (tot ten minste 18 °C ).

    Voorwaarde: Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: Het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m³ per jaar.

  • Isoleer platte daken aan de bovenkant, op de dakbedekking.

    Geldt als je daken zonder isolatie hebt op verwarmde gebouwen (18 °C of hoger).

    Je wint dit terug als je aardgasgebruik ten hoogste 170.000 m³ per jaar is. Dit geldt als je toch vervangt en ook als dat niet nodig is (natuurlijk en zelfstandig moment).

    Zo staat het in de lijst (GB2)

    Isoleer platte daken (bovenop de dakbedekking).

    Uitgangssituatie: Er zijn ongeïsoleerde daken aanwezig in verwarmde gebouwen (18 °C of hoger).

    Voorwaarde: Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: Het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m³ per jaar.

  • Plaats een automatisch sluitmechanisme op overheaddeuren.

    Geldt als je een overheaddeur hebt zonder automatisch sluitmechanisme. Hij staat gemiddeld ten minste 1 uur per dag open. De ruimte wordt matig verwarmd (ten minste 15 °C).

    Zo staat het in de lijst (GB3)

    Pas een automatisch sluitmechanisme toe bij overheaddeuren.

    Uitgangssituatie: Er is een overheaddeur aanwezig zonder automatisch sluitmechanisme die gemiddeld ten minste 1 uur per dag open staat. De ruimte wordt matig verwarmd (ten minste 15 °C).

  • Isoleer platte daken aan de onderkant, onder de dakbedekking.

    Geldt als je daken zonder isolatie hebt op verwarmde gebouwen (18 °C of hoger).

    Zo staat het in de lijst (GB4)

    Isoleer platte daken (onder de dakbedekking).

    Uitgangssituatie: Er zijn ongeïsoleerde daken aanwezig in verwarmde gebouwen (18 °C of hoger).

  • Vervang het enkele glas in bestaande kozijnen en ramen door HR++ glas.

    Geldt als je kozijnen of ramen met enkelglas hebt in verwarmde gebouwen (ten minste 15 °C).

    Zo staat het in de lijst (GB5)

    Vervang in bestaande kozijnen en ramen het enkelglas door HR++ glas.

    Uitgangssituatie: Er zijn kozijnen of ramen met enkelglas aanwezig in verwarmde gebouwen (ten minste 15 °C).

  • Vervang het dubbele glas in bestaande kozijnen en ramen door HR++-glas.

    Geldt als je kozijnen of ramen met dubbelglas hebt in verwarmde gebouwen (ten minste 18 °C).

    Je wint dit terug als je het glas toch vervangt (natuurlijk moment). Je aardgasgebruik is dan ten hoogste 170.000 m³ per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GB6)

    Vervang in bestaande kozijnen en ramen dubbelglas door HR++-glas.

    Uitgangssituatie: Er zijn kozijnen of ramen met dubbelglas aanwezig in verwarmde gebouwen (ten minste 18 °C).

    Voorwaarde: Natuurlijk moment: Het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m³ per jaar.

  • Gebruik opblaasbare luchtkussens bij een vrachtwagendocking.

    Geldt als je dockings voor vrachtwagens hebt, met of zonder flappen. Ze hebben geen opblaasbare luchtkussens.

    Je wint dit terug als je het toch vervangt (natuurlijk moment). De docking wordt dan gemiddeld ten minste 10 u/wk gebruikt voor het laden en of lossen.

    Zo staat het in de lijst (GB7)

    Gebruik opblaasbare luchtkussens bij een vrachtwagendocking.

    Uitgangssituatie: Er zijn dockings voor vrachtwagens aanwezig met of zonder flappen en zonder opblaasbare luchtkussens.

    Voorwaarde: Natuurlijk moment: De docking wordt gemiddeld genomen ten minste 10 u/wk gebruikt voor het laden en of lossen.

  • Plaats een loopdeur in overheaddeuren.

    Geldt als je een overheaddeur hebt in een matig verwarmde ruimte (ten minste 15 °C). Er is geen aparte loopdeur of naastgelegen deur. De deur wordt gebruikt voor personentoegang.

    Zo staat het in de lijst (GB8)

    Plaats een loopdeur in overheaddeuren.

    Uitgangssituatie: Er is een overheaddeur in een matig verwarmde ruimte (ten minste 15 °C) aanwezig zonder aparte loopdeur of naastgelegen deur en deze wordt gebruikt voor personentoegang.

Ruimteverwarming

  • Plaats een klokregeling en stel die in.

    Geldt als je een verwarmingssysteem hebt zonder automatische verlaging van de temperatuur in de nacht, het weekend en/of de vakanties.

    Zo staat het in de lijst (GC1)

    Pas een klokregeling toe en regel deze in.

    Uitgangssituatie: Er is een verwarmingssysteem aanwezig waarbij automatische regeling voor verlaging van de temperatuur in de nacht, het weekend en/of de vakanties ontbreekt.

  • Plaats naast je bestaande verwarmingsketel een elektrische warmtepomp.

    Geldt als je een verwarmingsketel hebt van minstens 70 kW. De warmte gaat via radiatoren, convectoren en/of vloerverwarming. Het gebouw wordt verwarmd tot minstens 18 °C. Het gebouw voldoet aan het bouwbesluit van 1 oktober 1992, dus dubbelglas en een Rc-waarde van minstens 2,5 m²K/W voor vloer, gevel en dak.

    Dit loont zowel als je het toch al vervangt als wanneer niets vervangen hoeft te worden. Je aardgasgebruik is dan ten hoogste 170.000 m³ per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GC2)

    Pas naast de bestaande verwarmingsketel een elektrische warmtepomp toe.

    Uitgangssituatie: Er is een verwarmingsketel aanwezig met een vermogen van ten minste 70 kW en een afgiftesysteem via radiatoren, convectoren en/of vloerverwarming. Het gebouw wordt verwarmd tot ten minste 18 °C. Het gebouw voldoet aan de eisen uit het bouwbesluit van 1 oktober 1992. Vanaf dit moment hebben gebouwen dubbelglas en geldt voor de isolatie van vloer, gevel en dak een Rc-waarde van ten minste 2,5 m²K/W.

    Voorwaarde: Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: Het aardgasgebruik is ten hoogste 170.000 m³ per jaar.

  • Laat de temperatuur van het verwarmingswater meebewegen met de buitentemperatuur (weersafhankelijke regeling).

    Geldt als je een verwarmingsketel hebt in een verwarmd gebouw (minstens 18 °C). De aanvoertemperatuur van het water hangt niet af van de buitentemperatuur.

    Zo staat het in de lijst (GC3)

    Pas een weersafhankelijke regeling toe.

    Uitgangssituatie: Er is een verwarmingsketel aanwezig in een verwamd gebouw (ten minste 18 °C) en de aanvoertemperatuur van het verwarmingswater wordt niet geregeld op basis van de buitentemperatuur.

  • Isoleer verwarmingsleidingen en appendages in ruimtes die niet of weinig verwarmd zijn.

    Geldt als de isolatie ontbreekt om verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes. Denk aan stookruimtes en ruimtes die vorstvrij worden gehouden.

    Zo staat het in de lijst (GC4)

    Isoleer de verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes.

    Uitgangssituatie: Er ontbreekt isolatie om verwarmingsleidingen en appendages in niet of beperkt verwarmde ruimtes, waaronder stookruimtes en vorstvrij gehouden ruimtes.

  • Isoleer ventilatiekanalen in ruimtes die niet verwarmd worden.

    Geldt als ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes niet geïsoleerd zijn. Die ruimtes zijn ten hoogste 14 °C in het stookseizoen. De kanalen zijn aangesloten op een luchtbehandelingskast.

    Zo staat het in de lijst (GC5)

    Isoleer ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes.

    Uitgangssituatie: Er zijn ongeïsoleerde ventilatiekanalen in onverwarmde ruimtes (ten hoogste 14 °C in het stookseizoen) aanwezig. De ventilatiekanalen zijn aangesloten op een luchtbehandelingskast.

  • Zorg dat je de temperatuur per ruimte apart kunt regelen.

    Geldt als je radiatoren of convectoren hebt in een verwarmde ruimte. De temperatuur van die ruimte is niet apart te regelen met een lokale regeling of thermostatische radiatorkranen.

    Zo staat het in de lijst (GC6)

    Pas een individuele regeling van de temperatuur per ruimte toe.

    Uitgangssituatie: Er zijn radiatoren of convectoren aanwezig in een verwarmde ruimte, maar de temperatuur van de ruimte is niet apart (na) te regelen met een lokale regeling of thermostatische radiatorkranen.

  • Gebruik circulatiepompen waarvan het toerental zich aanpast (frequentiegeregeld).

    Geldt als je een centraal verwarmingssysteem hebt. De pompen hebben geen frequentieregeling.

    Zo staat het in de lijst (GC7)

    Pas frequentiegeregelde circulatiepompen toe.

    Uitgangssituatie: Er is een centraal verwarmingssysteem aanwezig waarbij de pompen niet zijn voorzien van een frequentieregeling.

  • Vervang directgestookte gasheaters in bedrijfshallen door zuinige HR-gasheaters (directgestookt).

    Geldt als de bedrijfshal matig wordt verwarmd (minstens 15 °C). Dat gebeurt met een of meer directgestookte gasheaters.

    Dit loont als je het toch al vervangt. Je aardgasgebruik is dan ten hoogste 1.000.000 m³ per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GC8)

    Vervang directgestookte gasheaters in bedrijfshallen door directgestookte HR-gasheaters.

    Uitgangssituatie: De bedrijfshal wordt met een of meer directgestookte gasheaters matig verwarmd (ten minste 15 °C).

    Voorwaarde: Natuurlijk moment: Het aardgasgebruik is ten hoogste 1.000.000 m³ per jaar.

Ruimteventilatie

  • Zet een klokregeling op je ventilatiesysteem.

    Geldt als je een ventilatiesysteem hebt dat niet op ingestelde tijden wordt gestuurd.

    Zo staat het in de lijst (GD1)

    Pas een klokregeling toe op het ventilatiesysteem.

    Uitgangssituatie: Er is een ventilatiesysteem aanwezig waarbij geen sturing op basis van ingestelde tijden wordt toegepast.

  • Plaats warmteterugwinning op je ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer.

    Geldt als je een ventilatiesysteem hebt met mechanische toevoer en afvoer. Het systeem heeft geen warmteterugwinning.

    Zo staat het in de lijst (GD2)

    Pas warmteterugwinning toe op een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer.

    Uitgangssituatie: Er is een ventilatiesysteem met mechanische toevoer en afvoer aanwezig zonder warmteterugwinning.

  • Vervang ventilatoren van klasse IE1 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger.

    Geldt als je een ventilator hebt met efficiëntieklasse IE1 of lager. Op het typeplaatje van de motor staat dan geen IE-klasse of klasse IE1.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 3.700 draaiuren van de ventilator per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GD3)

    Vervang ventilatoren van klasse IE1 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger.

    Uitgangssituatie: Er is een ventilator met efficientieklasse IE1 of lager aanwezig. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er geen IE-klasse of dat er klasse IE1 op het typeplaatje van de motor staat.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 3.700 draaiuren van de ventilator per jaar.

  • Vervang indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE1-motor door direct gedreven ventilatoren.

    Geldt als je in de luchtbehandelingskast (LBK) een of meer indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE1-motor hebt.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 2.900 draaiuren van de ventilator per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GD4)

    Vervang indirect gedreven IE1-slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren.

    Uitgangssituatie: Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE1-motor aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 2.900 draaiuren van de ventilator per jaar.

  • Vervang indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE2-motor door direct gedreven ventilatoren.

    Geldt als je in de luchtbehandelingskast (LBK) een of meer indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE2-motor hebt.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 3.300 draaiuren van de ventilator per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GD5)

    Vervang indirect gedreven IE2-slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren.

    Uitgangssituatie: Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE2-motor aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 3.300 draaiuren van de ventilator per jaar.

  • Vervang indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE3-motor door direct gedreven ventilatoren.

    Geldt als je in de luchtbehandelingskast (LBK) een of meer indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE3-motor hebt.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 3.600 draaiuren van de ventilator per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GD6)

    Vervang indirect gedreven IE3 slakkenhuisventilatoren door direct gedreven ventilatoren.

    Uitgangssituatie: Er zijn in de LBK één of meerdere indirect gedreven slakkenhuisventilatoren met IE3-motor aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 3.600 draaiuren van de ventilator per jaar.

  • Vervang ventilatoren van klasse IE2 of IE3 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger.

    Geldt als je een ventilator hebt met efficiëntieklasse IE2 of IE3. Op het typeplaatje van de motor staat dan klasse IE2 of IE3.

    Dit loont als je het toch al vervangt, bij meer dan 1.000 draaiuren van de ventilator per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GD7)

    Vervang ventilatoren van klasse IE2 of IE3 door ventilatoren van klasse IE4 of hoger.

    Uitgangssituatie: Er is een ventilator met efficientieklasse IE2 of IE3 aanwezig. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er er klasse IE2 of IE3 op het typeplaatje van de motor staat.

    Voorwaarde: Natuurlijk moment: Bij meer dan 1.000 draaiuren van de ventilator per jaar.

Warm tapwater

  • Isoleer leidingen en appendages voor warm water.

    Geldt als je ongeïsoleerde circulatieleidingen en appendages hebt voor het transport van warm tapwater.

    Zo staat het in de lijst (GE1)

    Isoleer warmwaterleidingen en appendages.

    Uitgangssituatie: Er zijn ongeïsoleerde circulatieleidingen en appendages voor transport van warm tapwater aanwezig.

  • Gebruik waterbesparende douchekoppen.

    Geldt als de douches geen waterbesparende douchekop hebben.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij een gemiddeld gebruik van meer dan 6 douchebeurten per week.

    Zo staat het in de lijst (GE2)

    Gebruik waterbesparende douchekoppen.

    Uitgangssituatie: De douches hebben geen waterbesparende douchekop.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij een gemiddeld gebruik van meer dan 6 douchebeurten per week.

  • Vervang de bestaande ketel bij een indirect verwarmd voorraadvat door een HR-ketel.

    Geldt als je veel warm tapwater nodig hebt, bijvoorbeeld voor douchen. Dat water wordt opgewekt met een verbeterd rendement (VR) of conventionele ketel en bewaard in een buffervat.

    Zo staat het in de lijst (GE3)

    Vervang bij een indirect verwarmd voorraadvat de bestaande ketel door een HR-ketel.

    Uitgangssituatie: Er is een hoge tapwatervraag voor onder meer douchen en dit warm tapwater wordt opgewekt met een verbeterd rendement (VR) of conventionele ketel en opgeslagen in een buffervat.

Binnenverlichting

  • Zorg met een regeling dat de verlichting buiten gebruikstijden niet onnodig brandt.

    Geldt als de verlichting onnodig brandt buiten gebruikstijden.

    Zo staat het in de lijst (GF1)

    Pas een regeling toe op de verlichting, zodat deze buiten gebruikstijden niet onnodig brandt.

    Uitgangssituatie: De verlichting brandt onnodig buiten gebruikstijden.

  • Vervang TL8-buizen door LED-buizen.

    Geldt als je armaturen hebt met TL8-buizen, met of zonder starter.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 1.600 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF2)

    Vervang TL8-buizen door LED-buizen.

    Uitgangssituatie: Armaturen met TL8-buizen, met of zonder starter zijn aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 1.600 branduren per jaar.

  • Vervang TL5-fluorescentiebuizen door LED-buizen.

    Geldt als je armaturen hebt met TL5-buizen.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 6.100 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF3)

    Vervang TL5-fluorescentiebuizen door LED-buizen.

    Uitgangssituatie: Er zijn armaturen met TL5-buizen aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 6.100 branduren per jaar.

  • Vervang gloei-, halogeen- en spaarlampen door LED-lampen.

    Geldt als je armaturen hebt met gloei-, halogeen- of spaarlampen.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 600 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF4)

    Vervang gloei-, halogeen- en spaarlampen door LED-lampen.

    Uitgangssituatie: Armaturen met gloei-, halogeen- of spaarlampen zijn aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 600 branduren per jaar.

  • Vervang gasontladingslampen door LED-lampen.

    Geldt als je armaturen hebt met kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI (gasontladingslampen).

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 1.000 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF5)

    Vervang gasontladingslampen door LED-lampen.

    Uitgangssituatie: Er zijn armaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 1.000 branduren per jaar.

  • Vervang montagebalken en lichtlijnen met TL8-buizen door LED-armaturen.

    Geldt als je montagebalken of lichtlijnen hebt met TL8-armaturen. Dat kunnen opbouwarmaturen of zwevende armaturen zijn.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 3.100 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF6)

    Vervang montagebalken en lichtlijnen met TL8-buizen door LED-armaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn montagebalken of lichtlijnen met TL8-armaturen aanwezig. Dit kunnen zowel opbouwarmaturen als zwevende armaturen zijn.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 3.100 branduren per jaar.

  • Vervang plafondspots met spaarlampen door LED-spots.

    Geldt als je plafondspots hebt met spaarlampen (CFL of PL).

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 3.300 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF7)

    Vervang plafondspots met spaarlampen door LED-spots.

    Uitgangssituatie: Er zijn plafondspots met spaarlampen (CFL of PL) aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 3.300 branduren per jaar.

  • Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-wandarmaturen.

    Geldt als je wandarmaturen hebt met spaarlampen.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 3.600 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF8)

    Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-wandarmaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn wandarmaturen met spaarlampen aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 3.600 branduren per jaar.

  • Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-wandarmaturen.

    Geldt als je wandarmaturen hebt met halogeenlampen.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 1.100 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF9)

    Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-wandarmaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 1.100 branduren per jaar.

  • Vervang spots met halogeenlampen door LED-spots.

    Geldt als je spots hebt met halogeenlampen.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 2.400 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF10)

    Vervang spots met halogeenlampen door LED-spots.

    Uitgangssituatie: Er zijn spots met halogeenlampen aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 2.400 branduren per jaar.

  • Vervang railspots met halogeenlampen door LED-railspots.

    Geldt als je railspots met halogeenlampen hebt op een spannings- of contactrail.

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 3.200 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF11)

    Vervang railspots met halogeenlampen door LED-railspots.

    Uitgangssituatie: Er zijn railspotarmaturen met halogeenlampen op een spannings/contactrail aanwezig.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 3.200 branduren per jaar.

  • Vervang railspots met gasontladingslampen door LED-railspots.

    Geldt als je railspots hebt met kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI (gasontladingslampen).

    Dit loont ook als je het niet toch al vervangt, bij meer dan 5.200 branduren per jaar. Vervang je het toch al, dan loont het bij meer dan 2.000 branduren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (GF12)

    Vervang railspots met gasontladingslampen door LED-railspots.

    Uitgangssituatie: Er zijn railspots met een van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 5.200 branduren per jaar. Natuurlijk moment: Bij meer dan 2.000 branduren per jaar.

  • Vervang pendelarmaturen en opbouwarmaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen.

    Geldt als je pendelarmaturen en opbouwarmaturen hebt met kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI (gasontladingslampen).

    Zo staat het in de lijst (GF13)

    Vervang pendelarmaturen en opbouwarmaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn pendelarmaturen en opbouwarmaturen met één van de volgende gasontladingslampen aanwezig: kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI.

  • Vervang ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen door LED-armaturen.

    Geldt als je ingebouwde plafondarmaturen hebt met TL8-buizen, met of zonder starter.

    Zo staat het in de lijst (GF14)

    Vervang ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen door LED-armaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn ingebouwde plafondarmaturen met TL8-buizen, met of zonder starter aanwezig.

  • Vervang vluchtwegarmaturen met TL-buizen of spaarlampen door LED-armaturen.

    Geldt als je vluchtwegsignaleringsarmaturen hebt met TL-buizen of spaarlampen.

    Zo staat het in de lijst (GF15)

    Vervang vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen door LED-armaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn vluchtwegsignaleringsarmaturen met TL-buizen of spaarlampen aanwezig.

Buitenverlichting

  • Vervang buitenarmaturen met TL8-buizen door LED-armaturen.

    Geldt als je armaturen met TL8-buizen hebt voor buitenverlichting.

    Zo staat het in de lijst (GG1)

    Vervang armaturen met TL8-buizen door LED-armaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn armaturen met TL8-buizen voor buitenverlichting aanwezig.

  • Vervang buitenwandarmaturen met halogeenlampen door LED-armaturen.

    Geldt als je wandarmaturen met halogeenlampen hebt voor buitenverlichting.

    Zo staat het in de lijst (GG2)

    Vervang wandarmaturen met halogeenlampen door LED-armaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn wandarmaturen met halogeenlampen voor buitenverlichting aanwezig.

  • Vervang buitenwandarmaturen met spaarlampen door LED-armaturen.

    Geldt als je wandarmaturen met spaarlampen hebt voor buitenverlichting.

    Zo staat het in de lijst (GG3)

    Vervang wandarmaturen met spaarlampen door LED-armaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn wandarmaturen met spaarlampen voor buitenverlichting aanwezig.

  • Vervang buitenarmaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen.

    Geldt als je armaturen hebt met gasontladingslampen (kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) voor buitenverlichting.

    Zo staat het in de lijst (GG4)

    Vervang armaturen met gasontladingslampen door LED-armaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn armaturen met gasontladingslampen (kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) voor buitenverlichting aanwezig.

Zonnepanelen

  • Plaats zonnepanelen op het dak.

    Geldt als je minstens 2.000 m² geschikt dakoppervlak hebt voor minimaal 300 kWp aan zonnepanelen. Je hebt een grootverbruikaansluiting voor elektriciteit (meer dan 3x80 A).

    Zo staat het in de lijst (GH1)

    Plaats zonnepanelen op het dak.

    Uitgangssituatie: Er is ten minste 2.000 m² aan geschikt dakoppervlak beschikbaar voor het plaatsen van minimaal 300 kWp aan zonnepanelen. Er is sprake van een grootverbruikaansluiting voor elektriciteit (meer dan 3x80 A).

Faciliteiten

Deze gelden alleen als je dit hebt, zoals perslucht, koeling of een grootkeuken.

Perslucht

  • Maak het buffervat van je perslucht groter.

    Geldt als je persluchtcompressor een aan/uit-schakelaar heeft en geen of een te klein buffervat. Daardoor draait de installatie minimaal 15 minuten per bedrijfsuur in nullast, dus zonder iets te doen. Na vergroting mag de compressor maximaal 5 minuten aaneengesloten in nullast draaien.

    Ook als er niets vervangen hoeft. Voorwaarde: bij meer dan 4.100 bedrijfsuren van het persluchtnet per jaar. Als je het toch vervangt: bij meer dan 3.400 bedrijfsuren van het persluchtnet per jaar.

    Zo staat het in de lijst (FA1)

    Vergroot de persluchtbuffer.

    Uitgangssituatie: Er is een persluchtcompressor met aan/uit-schakelaar aanwezig zonder buffervat of met een te klein buffervat. Hierdoor draait de persluchtinstallatie minimaal 15 minuten per bedrijfsuur in nullast. Bij vergroting van de buffer is het uitgangspunt om maximaal 5 minuten aaneengesloten in nullast te draaien.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 4.100 bedrijfsuren van het persluchtnet per jaar. Natuurlijk moment: Bij meer dan 3.400 bedrijfsuren van het persluchtnet per jaar.

  • Plaats een afsluiter met tijdschakelaar, zodat er buiten bedrijfstijden geen perslucht weglekt.

    Geldt als je een centraal persluchtnet hebt. Dit net staat buiten gebruikstijden geheel of deels onder druk.

    Zo staat het in de lijst (FA2)

    Plaats een afsluiter met tijdschakelaar om verlies van perslucht buiten bedrijfstijden te beperken.

    Uitgangssituatie: Er is een centraal persluchtnet aanwezig dat geheel of deels onder druk staat buiten gebruikstijden.

  • Plaats een luchtkanaal, zodat de persluchtcompressor koude buitenlucht aanzuigt.

    Geldt als je een centraal persluchtnet hebt. De persluchtcompressor is ten minste 7,5 kW en zuigt warme lucht aan uit de ruimte waar hij staat.

    Ook als er niets vervangen hoeft. Voorwaarde: bij meer dan 3.000 bedrijfsuren van de persluchtcompressor per jaar.

    Zo staat het in de lijst (FA4)

    Plaats een luchtkanaal zodat de persluchtcompressor (koude) buitenlucht aanzuigt.

    Uitgangssituatie: Er is een centraal persluchtnet aanwezig met een persluchtcompressor van ten minste 7,5 kW die warme lucht aanzuigt vanuit de ruimte waarin deze is opgesteld.

    Voorwaarde: Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: Bij meer dan 3.000 bedrijfsuren van de persluchtcompressor per jaar.

  • Gebruik zuinige persluchtgereedschappen.

    Geldt als je 'conventionele' persluchtgereedschappen gebruikt, zoals blaaspistolen. Hun nominale gebruik is meer dan 120 l/min.

    Ook als er niets vervangen hoeft. Voorwaarde: bij gereedschappen die meer dan 1.800 uur per jaar worden gebruikt.

    Zo staat het in de lijst (FA5)

    Gebruik zuinige persluchtgereedschappen.

    Uitgangssituatie: Er wordt gebruik gemaakt van 'conventionele' persluchtgereedschappen, zoals blaaspistolen, met een nominaal gebruik van meer dan 120 l/min.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij gereedschappen die meer dan 1.800 uur per jaar worden gebruikt.

  • Gebruik een blower om schoon te blazen in plaats van perslucht.

    Geldt als je schoonblaast met perslucht van ten minste 6 bar.

    Ook als er niets vervangen hoeft. Voorwaarde: bij gebruik van perslucht voor schoonblazen van meer dan 6 u/wk.

    Zo staat het in de lijst (FA7)

    Gebruik een blower voor het schoonblazen in plaats van perslucht.

    Uitgangssituatie: Blazen gebeurt met perslucht van ten minste 6 bar.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij gebruik van perslucht voor schoonblazen van meer dan 6 u/wk.

Stoom

  • Plaats een economiser, zodat de warmte uit de rookgassen van de stoomketel wordt gebruikt.

    Geldt als je een stoomketel hebt. De warmte uit de rookgassen wordt nu niet gebruikt.

    Ook als er niets vervangen hoeft. Voorwaarde: bij meer dan 2.100 vollasturen van de stoomketel per jaar.

    Zo staat het in de lijst (FB2)

    Gebruik een economiser om warmte uit de rookgassen van de stoomketel nuttig in te zetten.

    Uitgangssituatie: Er is een stoomketel aanwezig en de warmte uit de rookgassen wordt niet benut.

    Voorwaarde: Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: Bij meer dan 2.100 vollasturen van de stoomketel per jaar.

  • Plaats een rookgascondensor, zodat de warmte uit de rookgassen van de stoomketel wordt gebruikt.

    Geldt als je een stoomketel met economiser hebt. De rookgassen verlaten na de economiser de schoorsteen met een temperatuur van 130 °C of hoger.

    Zo staat het in de lijst (FB3)

    Gebruik een rookgascondensor om warmte uit de rookgassen van de stoomketel nuttig in te zetten.

    Uitgangssituatie: Er is een stoomketel met economiser aanwezig en de rookgassen verlaten de schoorsteen (na de economiser) met een temperatuur van 130 °C of hoger.

  • Verwarm je ruimte niet meer met stoom.

    Geldt als je ruimte wordt verwarmd met een luchtverhitter die op stoom werkt.

    Zo staat het in de lijst (FB4)

    Vervang stoom als middel voor ruimteverwarming.

    Uitgangssituatie: De ruimteverwarming gebeurt met een met stoom gevoede luchtverhitter.

  • Isoleer de warme delen van de stoomketel die niet geïsoleerd zijn.

    Geldt als delen van de stoomketel niet of onvoldoende geïsoleerd zijn. Denk aan mangaten, het ketel-achterfront en de voedingswaterregelklep.

    Zo staat het in de lijst (FB5)

    Isoleer ongeïsoleerde warme delen van de stoomketel.

    Uitgangssituatie: Bepaalde delen van de stoomketel, zoals mangaten, het ketel-achterfront en de voedingswaterregelklep zijn niet of onvoldoende geïsoleerd.

  • Plaats een installatie die het ketelwater zuivert (omgekeerde osmose of RO).

    Geldt als je een stoomketel hebt zonder waterbehandeling, of met alleen een eenvoudige ontharder zoals een harskolom. De waterverversing (spui) is ten minste 10%.

    Zo staat het in de lijst (FB7)

    Pas een omgekeerde osmose (RO)-installatie toe om de ketelwaterkwaliteit te verbeteren.

    Uitgangssituatie: Er is een stoomketel zonder waterbehandeling of met enkel een eenvoudige ontharder zoals een harskolom aanwezig. De waterverversing (spui) is ten minste 10%.

Aandrijvingen

  • Plaats een frequentieregeling op je pompen.

    Geldt als de flow wisselt of er te veel capaciteit is die met een regel- of smoorklep wordt tegengehouden. Je hebt een pomp van ten minste 4 kW, aangedreven door een elektromotor van efficiencyklasse IE2 of hoger.

    Ook als er niets vervangen hoeft. Voorwaarde: bij meer dan 4.100 draaiuren per jaar. Als je het toch vervangt: bij meer dan 3.000 draaiuren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (FC2)

    Pas een frequentieregeling op pompen toe.

    Uitgangssituatie: Er is een variabele flow of een overcapaciteit welke wordt gesmoord met een regel- of smoorklep. Er is een pomp van ten minste 4 kW aanwezig, die wordt aangedreven door een elektromotor van efficiencyklasse IE2 of hoger.

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 4.100 draaiuren per jaar. Natuurlijk moment: Bij meer dan 3.000 draaiuren per jaar.

  • Vervang elektromotoren van klasse IE2 of lager door een motor van klasse IE4 of hoger.

    Geldt als je elektromotoren hebt met efficiëntieklasse IE2 of lager. Je herkent ze aan een typeplaatje zonder IE-klasse, of met klasse IE1 of IE2.

    Als je het toch vervangt. Voorwaarde: bij meer dan 1.000 draaiuren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (FC4)

    Vervang elektromotoren met efficiëntieklasse IE2 of lager door een motor met efficiëntieklasse IE4 of hoger.

    Uitgangssituatie: Er zijn elektromotoren aanwezig met efficiëntieklasse IE2 of lager. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er geen IE-klasse, klasse IE1 of IE2 op het typeplaatje van de motor staat.

    Voorwaarde: Natuurlijk moment: Bij meer dan 1.000 draaiuren per jaar.

  • Vervang IE3-elektromotoren door een motor van klasse IE4 of hoger.

    Geldt als je elektromotoren hebt met efficiëntieklasse IE3. Je herkent ze aan IE3 op het typeplaatje.

    Als je het toch vervangt. Voorwaarde: bij meer dan 1.900 draaiuren per jaar.

    Zo staat het in de lijst (FC5)

    Vervang IE3-elektromotoren door efficiëntieklasse IE4 of hoger.

    Uitgangssituatie: Er zijn elektromotoren aanwezig met efficiëntieklasse IE3. Deze motoren zijn herkenbaar doordat er IE3 op het typeplaatje van de motor staat.

    Voorwaarde: Natuurlijk moment: Bij meer dan 1.900 draaiuren per jaar.

Terreinverlichting

  • Plaats een tijdklok met daglichtregeling bij verlichting die op vaste tijden in het donker brandt.

    Geldt als je buitenverlichting geen tijdklok en/of geen daglichtregeling heeft. Het gaat om plekken waar de verlichting op vaste uren in het donker moet branden.

    Zo staat het in de lijst (FG1)

    Plaats een tijdklok samen met een daglichtregeling als de verlichting op vaste tijden moet branden terwijl het donker is.

    Uitgangssituatie: De buitenverlichting heeft geen tijdklok en/of geen daglichtregeling op plaatsen waar de verlichting op vaste uren moet branden terwijl het donker is.

  • Vervang op een lichtmast de lampen met spaarlampen of gasontladingslampen door LED-armaturen.

    Geldt als je lichtmasten hebt met armaturen met spaarlampen of gasontladingslampen (kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI). Je kunt het armatuur vervangen zonder de mast te vervangen.

    Zo staat het in de lijst (FG4)

    Vervang op een lichtmast de armaturen met spaarlampen of gasontladingslampen door LED-armaturen.

    Uitgangssituatie: Er zijn lichtmasten met armaturen met spaarlampen of gasontladingslampen (kwiklampen, SON, HPL, HQL of HPI) aanwezig, waarbij het armatuur kan worden vervangen zonder de mast te vervangen.

Processen

Deze gelden alleen als je dit proces hebt.

Drogen

  • Plaats een vochtsensor met regeling in de uittredende lucht van droogprocessen.

    Geldt als je een droogproces hebt zonder vochtsensor. Er is ook geen bijbehorende regeling om de drooglucht te laten recirculeren.

    Het loont als je het toch al vervangt en ook als er niets vervangen hoeft te worden. Voorwaarde is meer dan 2.000 gebruiksuren van het droogproces.

    Zo staat het in de lijst (PB2)

    Pas een vochtsensor inclusief regeling toe in de uittredelucht van droogprocessen.

    Uitgangssituatie: Er is een droogproces aanwezig zonder vochtsensor en bijbehorende regeling voor het recirculeren van drooglucht.

    Voorwaarde: Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: Bij meer dan 2.000 gebruiksuren van het droogproces.

Procesbaden

  • Isoleer de wanden van een verwarmd procesbad.

    Geldt als de wanden van je procesbad niet geïsoleerd zijn. Het bad wordt verwarmd tot een temperatuurverschil van ten minste 20 °C ten opzichte van de omgeving.

    Zo staat het in de lijst (PC2)

    Isoleer de wanden van een verwarmd procesbad.

    Uitgangssituatie: Er is een procesbad aanwezig waarvan de wanden niet zijn geïsoleerd. Het procesbad wordt verwarmd tot een temperatuurverschil van ten minste 20 °C ten opzichte van de omgeving.

Procesapparatuur

  • Stel de procesinstellingen van je apparatuur zo in dat ze zo zuinig mogelijk werkt.

    Geldt als je procesapparatuur hebt met een vermogen van ten minste 100 kW.

    Het loont als je het toch al vervangt en ook als er niets vervangen hoeft te worden. Voorwaarde is meer dan 3.800 gebruiksuren van de procesapparatuur per jaar.

    Zo staat het in de lijst (PD1)

    Optimaliseer de procesparameters van procesapparatuur.

    Uitgangssituatie: Er is procesapparatuur met een vermogen van ten minste 100 kW aanwezig.

    Voorwaarde: Zowel natuurlijk als zelfstandig moment: Bij meer dan 3.800 gebruiksuren van de procesapparatuur per jaar.

Proceswarmte

  • Isoleer de wanden van procesvaten met hoge temperatuur, zodat er minder warmte verloren gaat.

    Geldt als het procesvat niet of weinig is geïsoleerd, met minder dan 5 mm isolatie.

    Het loont ook als er niets vervangen hoeft te worden. Voorwaarde is meer dan 2.200 gebruiksuren van het vat per jaar.

    Zo staat het in de lijst (PE3)

    Isoleer de wanden van hoge temperatuur procesvaten om warmteverlies te beperken.

    Uitgangssituatie: Het procesvat is niet of beperkt geïsoleerd (minder dan 5 mm isolatie).

    Voorwaarde: Zelfstandig moment: Bij meer dan 2.200 gebruiksuren van het vat per jaar.

  • Gebruik de warmte van folieblazen om een ruimte in de buurt te verwarmen.

    Geldt als je een folieblazer hebt met Internal Bubble Cooling. De warme lucht wordt naar buiten afgevoerd.

    Zo staat het in de lijst (PE8)

    Gebruik de warmte van folieblazen nuttig voor de verwarming van een dichtbijgelegen ruimte.

    Uitgangssituatie: Er is een folieblazer aanwezig die is voorzien van Internal Bubble Cooling, waarbij de warme lucht naar buiten wordt afgevoerd.

Heb je een faciliteit of proces dat hier niet staat? Kijk dan ook bij de nieuwe maatregelen die RVO aan geen soort bedrijf koppelt.

Weet je nog niet of je moet melden? Check het met je verbruik.